


![]() ![]()
Zo worden vouwballonen gemaakt;
de ballonnen worden gemaakt van een vloeibaar soort rubber dat men latex noemt. Ze krijgen hun kleur van de pigmenten die aan de latex worden toegevoegd. Dit zijn zowel organisch als anorganische additieven die bepaalde golflengtes van het zichtbaar licht reflecteren en andere dan weer absorberen. Zo lijkt een rode ballon bijvoorbeeld rood omdat hij al het zichtbaar licht absorbeert behalve de rode frequentie die wordt weerkaatst en opgevangen door onze ogen. Een nadeel van deze pigmenten is dat ze de sterkte van de ballonnen kunnen aantasten. Zo zullen sommige kleuren ballonnen rapper ontploffen dan andere. Het natuurlijk latex rubber is afkomstig van het sap van de rubberboom die vooral in Maleisië groeit. Dit sap heeft wat weg van melk en wordt vervoerd in grote tankschepen. Om het sap bruikbaar te maken voor de productie van ballonnen worden er heel wat additieven aan toegevoegd zoals vulkanisatiemiddellen, versnellers, olie, kleurstoffen en water. Wanneer dit alles is
toegevoegd wordt het mengsel in een groot bassin gegoten waarin nadien de
ballonvorm of -mal - die de vorm heeft van de ballon die we gaan maken - zal
worden gedopt. Alvorens dit gebeurt wordt deze mal met een speciaal "coagulent"
behandeld dat ervoor moet zorgen dat de rubberdeeltjes van de latex zich op de
vorm verzamelen. Dit "coagulent" bestaat uit calciumnitraat, water en/of
alcohol. Nadat de aldus behandelde mal is opgedroogd wordt hij dus pas in de
latex gedopt waarna hij een aantal draaiende borstels passeert die het einde van
de ballon omrollen en zo het randje vormen dat helpt bij het opblazen. Het
geheel wordt vervolgens door een heetwaterbad gevoerd om alle resten van
ongebruikt nitraat te verwijderen. Na het uitlekken gaat de vorm met latexhuid
20 tot 25 minuten in de oven, waarna de afgewerkte ballon van de mal kan worden
gehaald.Om de gekende 260 Q modelleerballonnen te maken wordt er een mal gebruikt die de vorm heeft van de binnenkant van een dergelijke ballon. Eens deze in de vloeibare latex is gedopt laat men hem niet afkoelen maar brengt hem meteen in een vulkanisatie-oven, rolt het randje, wordt hij gewassen en bij kamertemperatuur weer van de vorm gehaald. Het maken van deze ballonnen is een stuk moeilijker: de mechanische handelingen bij de productie beïnvloeden sterk de kwaliteit van het eindproduct. De manier waarop de mal uit de latex wordt gehaald en hoe de latex langs de vorm naar beneden loopt bepaalt de effenheid en egaliteit van de ballonhuid. Hangt de mal recht naar beneden, dan zal de huid bovenaan dikker zijn dan vanonder. De lip van de ballon zal dunner en zwakker zijn, het uiteinde daarentegen sterker en dikker. Als de mal verticaal hangt tijdens het drogen dan zal de ballon een mooie rechte vorm hebben bij het opblazen. Wordt de mal omgedraaid terwijl de latex naar beneden loopt, dan zal één zijde van de ballon dikker zijn dan de andere en zal de ballon een gebogen vorm aannemen bij het opblazen. de ballonnen worden gemaakt van een
vloeibaar soort rubber dat men latex Wanneer men een 260 opblaast kan men dus zien hoe
hij gemaakt is. Bij de oudere productiemethodes zal de mal over het algemeen
inderdaad verticaal hangen omdat dit techisch gezien de goedkoopste oplossing
is. Om betere ballonnen te maken die even kwalitatief zijn van boven tot onder
zal de fabrikant dus moeten investeren in duurdere en technisch ingewikkeldere
machines. Om een goede 260 te maken moet de mal in principe rondtollen als hij
wordt omgedraaid. De kwaliteit van de ruwe latex, de graad van zuiverheid, het
vulkanisatieniveau, het soort kleur en afwerking, het beschermingspoeder
(meestal talk) en variatie in temperatuur en vochtigheid tijdens de productie:
het zijn allemaal factoren die ervoor zorgen dat de kwaliteit van elke lading
ballonnen onderling wel zal verschillen.
|